Concurrentiebeding: nog mogelijk?

Gepubliceerd op: 05-07-2016

U heeft ongetwijfeld gehoord van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). U weet wel, de nieuwe wet in het arbeidsrecht. Een van de noviteiten in de WWZ is dat een concurrentie- of relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel niet rechtsgeldig is. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd blijft wel rechtsgeldig.

U heeft ongetwijfeld gehoord van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). U weet wel, de nieuwe wet in het arbeidsrecht. Een van de noviteiten in de WWZ is dat een concurrentie- of relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in beginsel niet rechtsgeldig is. Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd blijft wel rechtsgeldig.

Rechtsgeldig Onder de WWZ is het opnemen van een concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd slechts mogelijk als uit de bij het beding opgenomen schriftelijke motivering blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat aan de motivering strenge eisen worden gesteld. De vraag is of dit in de praktijk tot gevolg heeft dat een dergelijk beding onmogelijk is.

Achtergrond De achtergrond van deze nieuwe bepaling is dat werknemers 'dubbel nadeel'  zouden ondervinden van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Een concurrentie- of relatiebeding  werkt belemmerend bij het overstappen naar een nieuwe baan. Dit kan in strijd zijn met het recht op een vrije arbeidskeuze. De andere kant is dat bij het begin van de arbeidsovereenkomst vaststaat dat deze van korte duur zal zijn. Het wordt dan als onredelijk bezwarend gezien om de werknemer in dat geval aan een concurrentiebeding te houden.

Uitspraken Vrij recent zijn er drie uitspraken gedaan door kantonrechters over de vraag of de desbetreffende werknemers gehouden konden worden aan het concurrentiebeding. In alle gevallen was er sprake van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

In een uitspraak van 23 juli 2015 oordeelde de kantonrechter dat de werkgever het zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelang, dat ter motivering van het beding was opgeschreven, onvoldoende concreet had gemaakt.  De aangedragen argumenten als ‘investeringen in opleiding’, ‘het direct verwerven van kennis over het netwerk, het marktgebied, de behoeften en de werkwijze van de werkgever’ of ‘het opdoen van specifieke kennis en de vrees voor benadeling’ werden door de rechter gepasseerd. Het concurrentiebeding hield geen stand.

In dit jaar zijn er twee uitspraken gedaan, waarin een concurrentiebeding in een bepaalde tijd overeenkomst wel stand heeft gehouden. De Rechtbank Gelderland deed op 9 februari 2016 uitspraak in een zaak van een zwembadmonteur. Aan het oordeel dat het concurrentiebeding stand houdt lag ten grondslag dat werknemer volgens de kantonrechter wetenschap heeft van klanten, van de aldaar geplaatste installaties, kennis heeft van specifieke zwembadtechnieken, de prijsstelling kent van de diverse producten en ook van de omzetten en bedrijfsresultaten. Naar de mening van de kantonrechter had de werkgever hierdoor voldoende zwaarwegend bedrijfs- en dienstbelangen  en was dat ook voldoende gemotiveerd. Het concurrentiebeding werd weliswaar geschorst, maar pas na een jaar.

In een kort geding bij de Rechtbank Midden-Nederland van 19 februari 2016 tussen een werkgever in de postorderbranche en een werknemer die werkzaam was in de functie van Sales Representative overwoog de kantonrechter dat de werknemer toegang heeft gehad tot bepaalde klantsystemen en bepaalde cruciale meetings over acquisitie en klanten had bijgewoond. Geoordeeld werd ook in die zaak dat het beding stand hield, maar deze werd door de rechter in duur beperkt van een jaar naar vijf maanden.

Ruimte Met deze genoemde uitspraken is een eerste invulling gegeven aan de wijze waarop de werkgever zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen en de noodzaak van een concurrentiebeding schriftelijk kan motiveren. De uitspraken laten zien dat er voor werkgevers ruimte is een concurrentie- of relatiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op te nemen, als maar voldoende wordt onderbouwd dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Ieder concurrentiebeding zal naar de specifieke omstandigheden van het geval door de rechter worden beoordeeld. In ieder geval is zeker dat een concurrentie- of relatiebeding steeds zorgvuldig dient te worden geformuleerd. Dit houdt in dat per werknemer steeds concreet moet worden opgenomen op welke bedrijfsgevoelige informatie en kennis het concurrentiebeding betrekking heeft.

Motivering De vraag wanneer een werkgever de zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen en de noodzaak van  het concurrentiebeding voldoende heeft gemotiveerd is echter niet eenduidig te beantwoorden. Uit de genoemde uitspraken volgt namelijk dat het concurrentiebeding in het ene geval niet en in de andere gevallen (deels) wel stand heeft gehouden. Wellicht komt hier binnenkort meer duidelijkheid over. De zwembadmonteur (zaak rechtbank Gelderland) is namelijk in beroep gegaan tegen het vonnis van de kantonrechter. Half augustus wordt in deze zaak een uitspraak van het gerechtshof verwacht. Hopelijk kan dan de vraag wanneer de zwaarwegende bedrijfs- en dienstbelangen en de noodzaak van  het concurrentiebeding voldoende is gemotiveerd duidelijker worden beantwoord.

Mr. W. Kok