‘Vergoedingsrechten van samenwoners’ – een duidelijke lijn II

Gepubliceerd op: 18-06-2020

Op 10 mei 2019 deed de Hoge Raad een belangwekkende uitspraak over het ‘recht van terugneming’ van samenwoners. Eerder deed de Hoge Raad ook zo’n uitspraak maar dan voor de situatie van een echtscheiding met een tegenovergestelde uitkomst.

 

Waar gaat de discussie over?

Een stel heeft ongeveer 4 jaar samengewoond. Samen hebben ze een kind gekregen. Er is geen sprake van een huwelijk of een geregistreerd partnerschap (vrijwel gelijk aan het huwelijk) en ook is er geen samenlevingsovereenkomst. De man van het stel heeft een huis op zijn naam maar de vrouw heeft een verbouwing bekostigd. Als het stel uit elkaar gaat verlangt de vrouw van de man dat hij aan haar de verbouwingskosten terugbetaalt.

Bij een huwelijk met (beperkte) gemeenschap van goederen kan het geval voordoen dat een echtgenoot bijvoorbeeld van een gulle ouder een bedrag onder uitsluitingsclausule geschonken krijgt valt dat bedrag dus niet in de gemeenschap van goederen, omdat het privé geld is. Maar zodra dat geld wordt overgeboekt naar een gemeenschappelijke bankrekening (een dergelijke bankrekening behoort tot de gemeenschap van goederen) vloeit dat bedrag – ongemerkt – ineens in de (beperkte) gemeenschap van goederen. Komt het tot een echtscheiding dan hoort de echtgenoot die de schenking ontving dat bedrag terug te krijgen. Dat recht van terugneming bij echtscheiding wordt ook wel het recht van reprise genoemd.

De discussie gaat over de vraag of een recht van reprise op dezelfde manier bestaat bij samenwoners.

 

Wat is het probleem?

In de rechtspraak was niet duidelijk of het recht van reprise op dezelfde manier (naar analogie) toegepast kon worden bij samenwoners. Bij echtscheidingen was vooral de omvang van het recht van reprise een discussie want voor huwelijken is het recht van reprise in de wet geregeld. Voor samenwoners is een recht van reprise niet op dezelfde manier in de wet geregeld.

Wanneer samenwoners samen een huis hebben en ieder voor een deel eigenaar is, wordt dat een eenvoudige gemeenschap genoemd. In boek 3 titel 7 Burgerlijk Wetboek zijn de regels voor de eenvoudige gemeenschappen opgenomen met daarbij ook een regeling voor vergoedingsrechten.

Maar juist wanneer een samenwoner geen eigenaar is maar wel eigen geld in bijvoorbeeld een huis van de andere investeert is er geen wettelijk geregeld vergoedingsrecht. In de jurisprudentie en de literatuur was er tot voor kort geen overeenstemming over de vraag of samenwoners met dergelijke investeringen uit privé middelen op dezelfde manier een recht van reprise toe zou komen als bij een echtscheiding.

 

Wat heeft de Hoge Raad bepaald?

De Hoge Raad trekt een duidelijke lijn die in belangrijke mate tegengesteld is aan de lijn van vergoedingsrechten bij echtscheiding. Voor samenwoners bestaat geen recht op toepassing van de wettelijke regels over vergoedingsrechten bij scheiding. Voor samenwoners waarvan de niet-eigenaar geld investeert in de eigendom van de ander stelt de Hoge Raad als uitgangspunt dat gesteld en bewezen moet worden dat er recht bestaat op een vergoedingsrecht. De Hoge Raad loopt in de uitspraak verschillende opties langs maar komt iedere keer tot de slotsom dat er geen sprake is van een vergoedingsrecht. Terwijl ex-echtgenoten juist geholpen worden met een bewijsvermoeden voor vergoedingsrechten moeten samenwoners in een dergelijke situatie bewijzen dat er bijzondere omstandigheden zijn of dat er een overeenkomst is waaruit blijkt dat er een vergoedingsrecht bestaat. Als dat er niet is houdt het op en heeft een samenwoner geen vergoedingsrecht.

 

Een extra addertje onder het gras voor samenwoners is overigens ook nog dat verjaringstermijnen niet worden verlengd zoals bij een huwelijk. Al tijdens een samenwoning kunnen aanspraken vervallen als de verjaringstermijn zonder stuiting is verstreken.

 

Ook deze uitspraak van de Hoge Raad is helder en bruikbaar in de scheidingspraktijk omdat het veel duidelijkheid geeft over vergoedingsrechten voor samenwoners.

 

mr. M. van Hunnik

 

Heeft u te maken met verbreking samenwoning of een vraag over vergoedingsrechten neemt u dan contact op met een van onze gespecialiseerde advocaten, 0318 – 24 81 24.